Tegen de schone schijn van de wereld

De expressionistische Werner Scholz

Center for Persecuted Arts / Solingen

26 november 2017 tot 4 februari 2018

Na de eerste wereldoorlog was het Parijs en na de tweede wereldoorlog werd het New York, maar in de tijd tussen beide oorlogen, in de „Weimarer Republik“, is het Berlijn: de wereldhoofdstad van de kunst. De stad van de zonde en uitbandigheid, daar werd de focus gericht op de problemen en visioenen van de maatschappij na de wereldbrand van de oorlog. En temidden hiervan de schilder Werner Scholz (1898 – 1982), aan wie het „Zentrum für verfolgte Künste“ deze expositie wijdt. De tijdgenoten van Werner Scholz waren George Grosz en Otto Dix, de tweede generatie van de expressionisten, die zich bekommerden om de problemen en zorgen van de overspannen tijd.  Zijn schilderijen geven het uitspattende leven in de 1920-er jaren  weer, als ook de mensen in hun existentiele eenzaamheid en nood. Hoofdmotieven van zijn oeuvre zijn de uitbeelding van de enkele mens, maar ook  van landschappen en relegieuze motieven. Zijn stijl uit zich in bedekte kleuren bij wilde expressiviteit. Samen met Franz Frank, Albert Birkle en Otto Pankok hoort Scholz tot het „Expressieve Realisme“.

Vanaf 1933 werd zijn werk door de nationaal-socialisten als ontaarde kunst gebrandmerkt. Twee schilderijen zijn tijdens de „Aktie Ontaarde Kunst“ uit duitse musea verwijderd:  „Amaryllis“ (Nationalgalerie Berlijn) en het triptychon „Het dode kind“ „Wallraff-Richartz-Museum, Keulen). Beide werden in de zesde zaal van de gelijknamige tentoonstelling in München geexposeerd. In 1939 vluchtte Scholz naar Tirol, om zich aan de verdere openbare diffamaties te onntrekken. In de bombardementen van 1944 werd zijn Berlijns atelier verwoest en daarmee het grootste deel van zijn vooroorlogse werk. Eerst einde der 1950-er jaren vernam hij, dat enkele werken gered waren. Zo o.a. „Kind tussen graven“ , dat in de Solinger expositie te zien is.

Catalogus (Duits) „Wider den schönen  Schein der Welt.  Der Expressionist Werner Scholz“, uitg. Dr. Rolf Jessewitsch