„Himmel und Hölle“ tussen 1918 en 1989

De literatuurverzameling Jürgen Serke

 

Met het boek „Die verbrannten Dichter“ (1977) van Jürgen Serke begon in de bondsrepubliek Duitsland de herontdekking van die autoren, waarvan de boeken in 1933 in Berlijn verbrand  werden. Zijn boektitel  werd het genrebegrip voor deze literatuur.Met het boek „Die verbrannten Dichter. Berichte und Bilder einer neuen Vertreibung“ (1982) kwamen de  schrijvers van het verzet  tegen het communistische totalitarisme in het middelpunt te staan en werd beschreven, hoe zij probeerden in het westen, in de vreemde, aan  het nieuwe leven te wennen. In het boek „Böhmische Dörfer. Wanderungen durch eine verlassene literarische Landschaft „ (1987) beschrijft hij, hoe de duitstalige literatuur  van Tschechoslowakije  eerst door het „NS“-regime en dan door het communisme vernietigd werd. Hij voegde deze weer toe aan de tschechische geschiedenis.

 

In 2007 kwam de literatuurverzameling van de journalist in het bezit van de „Stiftung der Else-Lasker-Schüler-Gesellschaft“. Zij bestaat uit meer dan 2.500 objekten: boeken, documenten, handgeschreven brieven, typoscripten en foto’s. In het kunstmuseum Solingen wordt sinds 2008 in het „Zentrum für vervolgten Künste“ deze literatuurverzameling met als titel „Himmel und Hölle zwischen 1918 und 1989. Die verbrannten Dichter“ in een permanente tentoonstelling en in wisselende exposities gepresenteerd. Al in 2008 berichtten de kranten in heel duitsland: met deze kunst – en literatuurverzameling is het kunstmuseum een centrum voor vervolgde kunst.

 

De Journalist

 

In 1938 geboren in Landsberg an der Warthe, was Jürgen Serke van 1961 tot 1969 journalist bij het persbureau UPI in Frankfurt am Main en schreef in 1967/68  vanuit Tschechoslowakije over de „Prager Frühling“. Van 1970 tot 1983 werkte hij als auteur bij „Stern“, van 1984 tot 1989 bij de „Weltwoche“ Zürich en van 1990 to 1992 bij de „Welt“. Middelpunt van zijn journalistisch werk  vormt het verzet van de schrijvers tegen de beide totalitarismen van de  20ste eeuw. Serke is lid van het curatorium van de Else-Lasker-Schüler-Gesellschaft Wuppertal. Als zodanig ondersteunde hij in 1992  de actie  „Dichter lesen in Asylbewerberheimen“ , die door  Hajo Jahn, de voorzitter van de Else-Lasker-Schüler-Gesellschaft. O.a. Sarah Kirsch, Wolf Biermann, Herta Müller, Rainer Kunze, Hans Joachim Schädlich, Günther Grass, Peter Schneider, Sten Nadolny waren hierbij betrokken. Bovendien sloten zich de stichtingen van de SPD, CDU en die van „die Grüne“ aan, als ook de „Börsenverein des deutschen Buchhandels“ en de „Initiative gegen Gewalt und Hass“.

 

Entdeckte Moderne  –  De Kunstverzameling

 

De meeste kunstwerken van de „Bürgerstiftung“  zijn afkomstig van de verzameling van Dr.Gerhard Schneider. Overkoepelend thema zijn de kunstontwikkelingen van duitsland in de jaren 1910 tot 1933 en, door de gebeurtenissen van de „NS“-tijd beperkt, echter van grote betekenis, van 1933 tot ca. 1945. De tijd na de tweede wereldoorlog is, vooral voor het gebied van de  DDR, tot in de 1980-er jaren door een reeks van representatieve voorbeelden vertegenwoordigd. De biografieen van de kunstenaars zijn hier in deze moeilijke tijd van bijzondere betekenis. De permanente tentoonstelling wijst op unieke wijze aan, hoe groot de vormgeving en variatierijkdom tijdens de eerste tientallen jaren van de  vorige eeuw was.Hier ontdekte men kunstenaars weer, aan die men zich in duitsland nauwelijks nog herinnerd had. Na de 2-de wereldoorlog was men de jongere generatie van de „Moderne“ veelal vergeten. Daarom verwaarloosde zij de de kunstgeschiedschrijving tot in de 80-er jaren. De in Solingen gepresenteerde verzameling van Dr. Schneider is in haar stringentie en competentie uniek en geniet internationale belangstelling.

 

De tot vandaag verzamelde ca. 3000 werken zijn „artistieke beelddocumenten van het tijdgebeuren van de 20ste eeuw“. Deze weerspiegelen voorbeeldig hun tijd: vanaf de uitbarsting van de eerste wereldoorlog, de navolgende maatschappelijke spanningen van de 1920-er en vroege 1930-er jaren en de tijd van het „Naziregime“ met een eigen zwaartepunt van de belevenissen der vervolgde kunstenaars, als ook de misdaden van de tweede wereldoorlog tot aan de deling van duitsland en de situatie van de kunst  in de DDR. De vanaf 1999 tot de verzameling  behorende verschenen 3 basiswerken brengen een rijke verzameling  van verdwenen kunstwerken onder het oog. Jacques Schuster van de „Welt“ gaf aan het eerste deel „Verfemt – Vergessen – Wiederentdeckt“ al de betekenis :  „karakter van een naslagwerk“. Hoe sterk deze  „verloren“ rijkdom de wens naar een nieuwe waardering en verwerking van de artistieke prestatie’s van de „verloren generatie“  de publieke  opinie aanspreekt, bewees de resonantie op de expositie’s tot nu toe. De literatuurwetenschapper Prof. John M. Spalek, Albany,  USA, behoorde tot de bezoekers. Op een New Yorker  Symposion ter gelegenheid van de duitse kunst van de 20ste eeuw, bracht hij in aansluiting daarop verslag uit en prees de eerste catalogus als „tot nu toe meest uitgebreide  zelfstandige bijdrage van de duitse kunstgeschiedschrijving over her thema van de onderdrukte kunstenaars onder het nationaal-socialisme van de jongere generatie van de „klassische Moderne“.

 

Dr. Christina Weiss, voormalige staatsminister van cultuur en media, karakteriseerde de verzameling in een brief aan het Kunstmuseum Solingen als „cultuurpolitiek  onbetwist waardevol“. Rapporten van de direktie van de „Staatlichen Galerie  Moritzburg“ in Halle, van de directeur a.D. van het „Landesmuseum“ Prof. Dr. Heinz Spielmann en van Dr.Fritz Jacobi, voorheen van de „Neue Nationalgalerie Berlin, laten zien, dat er in geen enkel instituut een verzameling bestaat, die wat betreft de rijkdom aan facetten met de werken van de verzameling van Gerhard Schneider  te vergelijken is. Een verzameling, die de ten onrechte vergeten duitse kunstgeschiedenis bewerkt en die daarbij in haar „appel-karakter“ „tegen het vergeten“ onherstelbaar is.

 

De Verzamelaar

 

De verzamelaar Dr. Gerhard Schneider werd in 1938 in Marsberg/Westfalen geboren.Hij studeerde filosofie, duitse literatuur, theologie en geschiedenis en promoveerde over het godsbegrip van Nicolaus von Kues. Hij werkte van 1979 – 2005 als kunstantiquair en kwam in aanraking met de erfenis van de kunstenaar Valentin Nagel in 1983. Deze gebeurtenis wekte bij hem het zoeken naar de kunstenaars van de „verdwenen generatie“ op en werd de basis voor de verzameling van vervolgde kunstenaars.

 

Het Kunstmuseum Solingen exposeerde omvangrijk deze verzameling voor de eerste keer in 1999/2000. In 2003 richtte Gerhard Schneider de huidige „Fördergesellschaft Zentrum für verfolgte Künste. In 2004 volgde de oprichting van de „Bürgerstiftung für verfolgte Künste“.